Dit is dus een belangrijk verhaal

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #06/2021

Tijdens mijn duizendste coronawandeling (bedankt) kwam ik in het park een man tegen die een ID-pasje van zijn werk aan zijn spijkerbroek had hangen. Of pasje, het was een pas, zo groot dat ik de foto duidelijk kon zien (hij leek er precies op). Het zou natuurlijk kunnen dat hij vergeten was het pasje van zijn broek te halen toen hij zijn kantoorgebouw verliet, maar ik denk dat hij het expres had laten hangen.

Met een Nokia-telefoon in een doorzichtige, dikplastic hoes aan je riemlusje ben je tegenwoordig een maatschappelijke loser in plaats van een winner, dus dan maar the next best thing om indruk te maken: een pasje. Het werkte nog ook. Vlak voor ik de man passeerde, maakte ik een kleine buiging, zeg maar gerust een reverence, maar dat zag hij niet omdat hij op zijn telefoon bezig was.

Terwijl we ons van elkaar verwijderden, kreeg ik het vermoeden dat hij het pasje ook binnenshuis draagt, gewoon om aan zijn vrouw te laten zien dat hij heus wel een baan heeft die wat voorstelt. Zijn vrouw vindt het niet erg, ze vindt het juist wel handig wanneer ze weer eens de naam van haar man is vergeten. Ook 's nachts draagt hij zijn pasje, met een veiligheidsspeld bevestigd aan zijn zwarte herenslip. Het prikt als hij zich omdraait.

Ik snapte de man wel. Belangrijk zijn is een diepmenselijke behoefte waar zelfs ík als tamelijk onthechte goeroe niet aan ontkom. Terwijl, ik wíl niet eens belangrijk zijn. Rijk zijn, dat wil ik, zodat ik een vrijstaand huis in een bos kan kopen en een auto met privéchauffeur die mij drie keer per week naar mijn stamcafé brengt en één keer per jaar naar de Lidl zodat ik het contact met gewone mensen niet verlies. Maar helaas: om rijk te worden moet je bijna altijd ook belangrijk zijn. Zo is dat bedacht door God, die zelf trouwens ook heel belangrijk is. Rijk is hij dan weer niet, maar dat interesseert hem geen reet, want als er iemand onthecht is, dan is het God wel.

Kortom, ik was jaloers op de pasjesman. Bij de twee vaste banen die ik in mijn leven heb gehad, heb ik nooit een pasje gekregen en als freelancer in de schrijverij ook niet. Ik moet het hebben van mijn artistieke hobby's, zoals muziek maken en dj'en. Bij die laatste activiteit krijg ik weleens een liftpasje of backstagepasje, maar zelfs als dj is het niet eenvoudig om belangrijk te zijn.

Zo stond ik begin vorig jaar mijn spullen uit te pakken in mijn stamcafé voor weer zo'n grondbrekende dj-set, toen ik een idee kreeg: ik had bij concurrerende dj's gezien dat ze tijdens het draaien de titels van hun nummers opschreven en dan de volgende dag de hele lijst op Facebook zetten, als bewijs van je exquise smaak en complete belangrijkheid. Ik riep naar de barvrouw of ze een calvados voor me had en een pen.

'Een pen?' vroeg ze. 'Je gaat toch niet alle nummers die je draait opschrijven en ze dan morgen op Facebook zetten?'
'Eh, nee...' zei ik. 'Of, eh, ja... Eigenlijk wel, dus.'
'Nee hè,' zei ze, en trok een gezicht alsof ik een Nokia-telefoon in een doorzichtige, dikplastic hoes aan de elastiekband van mijn joggingbroek had bungelen. 'Dat vind ik altijd zo nerdy.' Ze zette een glas calvados voor me neer.
'Ah...' zei ik. 'Laat die pen maar zitten, dan.' Ik nam een grote slok calvados, en toen nog een, en hoopte dat er snel een pandemie zou komen die ons allemaal gelijk zou maken.



[ Maar wat is het? ]