Even terugspoelen

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #12/2017

We moesten er lang op wachten, het nam onze gedachten volledig in beslag, 's nachts droomden we er zelfs van en op een vrijdagavond was het dan ineens zo ver. Nee, ik heb het niet over de onafhankelijkheidsverklaring van Catalonië, maar het verschijnen van het tweede seizoen van Stranger Things op Netflix.

Voor wie het niet kent omdat hij een van de 233 andere Netflix-series aan het kijken is: Stranger Things volgt de bovennatuurlijke avonturen van vier jongens van een jaar of elf in een Amerikaans stadje in de jaren tachtig. Het is een even spannend als sympathiek Steven Spielberg-achtig verhaal, vol duistere parallelle werelden, kwaadaardige wetenschappers, enge monsters en (het verlies van) kinderlijke onschuld.

Ik stelde de jaarlijkse stofzuigbeurt van mijn huis dus nog even uit en fietste naar het huis van mijn vriendin met het vooruitzicht op een partijtje bingewatchen dat zijn gelijke in de moderne geschiedenis niet kent.

Voor mijn vriendin was het arriveren van seizoen twee nog spannender dan voor mij, want zij vond het eerste seizoen eigenlijk al te akelig om te kijken. Ik had haar toen al acht keer (één keer per aflevering) uitgelegd dat het allemaal niet echt gebeurd was, maar dat hielp niets. Ook mijn argument dat ze bijna dagelijks urenlang door de Bijenkorf dwaalt en dat zoiets angstaanjagender is dan willekeurig welke Netflix-serie, haalde niets uit.

Na de eerste aflevering zat ik er al lekker in, maar mijn vriendin wilde niet meer verder - het was te griezelig en ze moest eerst een aflevering van meisjesserie Gossip Girl kijken om weer tot zichzelf te komen.

Ik kende dit verschijnsel al, want wanneer we een paar afleveringen van het zombie-epos The Walking Dead hebben gekeken, moet ze eerst een half uurtje van de talkshow van Humberto Tan meepakken voordat ze kan slapen. Over vreemdere dingen gesproken, bij mij is het precies andersom: ik moet na de talkshow van Humberto Tan eerst een paar afleveringen The Walking Dead kijken voordat ik kan slapen. Het is maar goed dat we niet samenwonen, anders zouden we eeuwig wakker blijven in een oneindige loop van Humberto en The Walking Dead en Humberto en The Walking Dead en Humberto totdat de twee zich versmelten tot een eeuwigdurende, post-apocalyptische talkshow waarin de laatst overgebleven menselijke presentator elke avond een aantal BZ-ers (Bekende Zombies) interviewt over hun nieuwe mindfulness-boekje.

Het was even omschakelen van de beklemming van Stranger Things naar de oppervlakkige liefdesperikelen van een stel knappe, rijke New Yorkse tieners in Gossip Girl. Wanneer gaan die twee hoofdrolspeelsters nu een kussengevecht houden in hun beha en daarna samen giechelend gekke strings passen voor de spiegel? vroeg ik een paar keer. Maar helaas, zo'n serie bleek het niet te zijn, anders had het wel Stranger Thongs geheten in plaats van Gossip Girl. Nou ja, eigenlijk denk ik dat ik die zes seizoenen toch maar helemaal ga kijken, je weet maar nooit. XOXO.

Een dag later belandde ik wederom in de eighties. Met het mondstuk van de stofzuiger stootte ik in de woonkamer tegen mijn Nakamichi-cassettedeck aan, dat daar al jaren kapot staat te zijn. Bij het controleren of ik het apparaat nu nog kapotter had gemaakt, bleek-ie het ineens weer te doen. Verheugd haalde ik drie bestofte verhuisdozen met cassettebandjes van zolder en begon ze te draaien. Na een paar uur viel me iets vreemds op: het geluid van de muziek van tape was stukken aangenamer dan dat van de driemaal geremasterde cd's die ik normaliter in mijn woonkamer draai, om over het geluid van Spotify nog maar te zwijgen. Voor het eerst dat weekend werd ik zelf ook een beetje bang.



[ Maar wat is het? ]