De etnische zuivering van mijn gasfornuis

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #10/2018

Voor het eerst sinds een jaar of anderhalf kwam mijn vriendin weer eens langs in mijn woning/kantoor/mancave. 'Waarom staat er een stereotoren in je hal?' vroeg ze terwijl ze haar jas uitdeed.
'Die heb ik bij het grofvuil gevonden,' zei ik. 'Ik moest drie keer heen en weer fietsen voor ik alle onderdelen compleet had. Maar toen ik hem in elkaar had gezet, kwam ik erachter dat het netsnoer was afgeknipt. Dus, nou ja.'


Ze was even stil en wees toen naar het Bifiworstje dat op de stereotoren lag. 'Ach, hij doet het ook leuk als tafeltje,' zei ze, en liep de keuken in. 'Nieuw vloerzeil?' vroeg ze. Ik schudde van nee, maar omdat ik achter haar liep, kon ze dat niet zien. 'Wel een beetje somber,' ging ze verder, 'bruine en zwarte blokken. Maar ja, het past wel bij je jarenzeventigsmaak.'
'Dat bruin is dus eigenlijk wit,' zei ik. 'Maar het is misschien een beetje vies geworden.'

Ze bukte en krabde een stukje vuil weg. 'O ja,' zei ze, 'nu zie ik het ook.' Toen ze omhoogkwam stond ze oog in oog met mijn gasfornuis. Ze slaakte een gil, zoals dat heet. 'Dat fornuis!' riep ze. 'Het is toch je fornuis? OMG! Wanneer heb je dat voor het laatst schoongemaakt?'
'Een half jaar geleden?' zei ik, en dacht even na. 'Nee, een jaar geleden. Daarna ben ik er maar mee opgehouden ook. Wat heeft het voor zin? Alles wat je schoonmaakt, wordt toch weer vies.'

'Ik maak me een beetje zorgen,' zei ze, en begon te rommelen in het keukenkastje waar mijn schoonmaakspullen in staan.
'Over het eten?' vroeg ik. 'We kunnen ook afhalen. Er zit een nieuwe Thai in dat pand van die spareribskoning. Best lekker. Mooie schone zaak ook.'
'Ik heb het over je mind. Je interieur weerspiegelt je geestelijke toestand, weet je wel. Moet je niet eens aan de antidepressiva?'
'Bier is mijn antidepressivum,' zei ik.
'Dat is niet hetzelfde.'
'Nee, het is beter. Het is goedkoper, overal verkrijgbaar en het werkt direct. Ik snap bij god niet waarom de firma Zilveren Kruis het niet vergoedt. Hoeveel bonnetjes van het café heb ik daar nu al proberen te declareren?'

Ze had een schuursponsje gevonden en een fles Balkanees schoonmaakmiddel van een sterkte die in Nederland allang is verboden - ik had het dodelijke spul ooit van haar gekregen toen ik zei dat mijn blote voeten bleven plakken aan mijn keukenzeil, maar had het nooit gebruikt. Daar ging ze al aan de slag met het fornuis, hopla, met het zweet op haar voorhoofd al het vuil en de tweede feministische golf tegelijk wegvegend. Ze zong een paar regels uit Traag van Bizzey ft. Jozo en Kraantje Pappie: Doe ik het goed? / Papi, papi, papi / Doe ik het goed? Na een kwartier was mijn fornuis weer wit. Iets te wit, zag ik. Met het vuil had het Balkanese schoonmaakmiddel ook alle cijfers verwijderd die op de knoppen van de oven stonden.

De volgende middag deed ik twee afbakbroodjes voor mijn ontbijt in de oven en zette de gradenknop op een willekeurige stand. Zou hij nu op 120, 220 of 320 graden staan? vroeg ik me af. Waarschijnlijk het laatste, want na zes minuten kwamen de broodjes zwart uit de oven in plaats van het gebruikelijke goudbruin. Dit waren geen afbakbroodjes meer, maar afbraakbroodjes. Ik keek op mijn horloge: het was twee uur - nog geen tijd voor bier. Ik keek naar de knop op de oven, weer naar de broodjes en weer naar de knop. Ineens wist ik hoe de stereotoren in de hal zich moest voelen.



[ Maar wat is het? ]