Onder een laken

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #02/2020

De tekening van mijn hoofd bij deze column komt al een tijdje niet meer overeen met de werkelijkheid. In navolging van diverse jonge feministen ben ik namelijk gestopt met scheren en nu is mijn rare baardje uitgegroeid tot een rare baard. In mijn stamcafé word ik 'de jihadist' genoemd. Mooi, eindelijk respect.

Mijn hoofdhaar laat ik echter nog steeds knippen, en dus zat ik laatst weer onder een laken in de stoel bij mijn favoriete kapster om de boel voor 46 euro te laten bijwerken. Ja, dat zijn tegenwoordig normale prijzen in de grote stad, al denkt mijn cafébaas daar anders over. Hij beveelt mij altijd zijn Turkse kapper aan, die knipt je al voor tien euro 'en dan krijg je er nog een lekker bakkie thee bij ook'.

Ik kreeg geen thee van mijn kapster, maar koffie, vooral omdat ik daar zelf om had gevraagd. Het kartonnen bekertje stond op grijpafstand voor mijn neus op een kapperstafeltje, maar ik durfde er niet uit te drinken omdat ik bang was dat er een haar in de koffie zou vallen net voordat ik het bekertje aan mijn mond zou zetten. (Deze zin is een metafoor voor mijn hele leven.)

'Vind je het hier ook zo warm?' vroeg de kapster.
'Eh, nee,' antwoordde ik. 'Ik vind de temperatuur precies goed.'
'Nou, ik vind het warm.' Ze liet mijn stoel zakken en vroeg of ik een beetje onderuit kon gaan zitten.
'Dat is toevallig mijn hobby,' zei ik, en voldeed aan haar verzoek. Ze knipte verder.
'Die baard...' zei ze. 'Is dat de bedoeling?'
'Kweenie,' zei ik. 'Het groeit vanzelf, hè. Net als mijn nagels. Ik bedoel, is dat ook de bedoeling?'
'Je moet 'm gaan bijhouden, maar het staat je wel goed.'
'Bedankt.'

Ze pakte een andere schaar en zei: 'Als het kon, zou ik zelf ook een baard laten staan. Lijkt me leuk.'
'Ach,' zei ik, 'nog een jaar of vijftien en je eerste baardharen komen vanzelf. Misschien nog wel eerder, want je hebt het nu al warm terwijl het niet warm is.'
'Bedankt,' zei ze. Ik keek weer naar mijn bekertje. Ik wilde er nog steeds uit drinken, maar ik was bang dat de koffie inmiddels te koud zou zijn.

Nadat ze mijn wenkbrauwen had uitgedund ('Doe maar kort gedekt,' zei ik) was ze klaar. 'Ik zal je haar nog even stylen,' zei ze, en greep naar een potje wax. Terwijl ze het spul in mijn haar begon te wrijven op een heel andere manier dan ik zelf altijd doe, vroeg ze: 'Wat gebruik je zelf voor verzorgingsproduct?'
'Witte Trappist,' zei ik. 'Soms een Jack's Precious IPA. Ligt een beetje aan het tijdstip. Ik hou eigenlijk nie-'
'Ik bedoel qua haar.'
'O,' zei ik. 'Eh, kweenie... Het is kleiwax, de naam is iets met een S. Hele dure, in elk geval. Maar ja, geld speelt geen Rolex.' Ze noemde wat haarverzorgingsproductnamen (denk ik), maar die zeiden mij niets. Hoe heette dat spul nou? Ik had het potje bijna dagelijks in mijn handen, maar ik wist het niet.

'Het is uit de lijn van de ex-visagist van Patricia Paay,' zei ik, want dat wist ik dan weer wel. 'Prima spul. Bovendien, wat goed genoeg is voor de ex-visagist van Patrica Paay, is goed genoeg voor mij.' Ik moest heel nodig plassen, en dat terwijl ik vlak voor vertrek nog naar de wc was geweest. Op zoek naar afleiding keek ik naar mijn haren op het laken en op de grond. Er zaten veel meer tinten grijs in dan de vorige keer. Ineens begon ik het warm te krijgen.



[ Maar wat is het? ]