De levensloop van mijn cv

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #04/2018

Toen ik om een uur of vier 's nachts thuiskwam uit mijn stamcafé, voelde ik dat er iets niet klopte. Meteen ging ik op onderzoek uit. Met mijn jas en schoenen nog aan liep ik een rondje door mijn huis, een golfclub uit mijn tijd als urban golfer in mijn handen om eventuele inbrekers direct mee de WAO in te slaan.

In de woonkamer waren geen afwijkende zaken te zien. In de werkkamer stonden alle kasten op hun plek, in de slaapkamer lag nog steeds mijn matras. Ik ging naar de keuken, deed het licht aan en zag een puinhoop die ik alleen maar als 'post-apocalyptisch' kan omschrijven. Precies zoals ik deze ruimte eerder die avond had achtergelaten, dus geen reden tot paniek.

Pas toen ik mijn ijzeren acht had weggezet en mijn jas uitdeed, merkte ik wat er aan de hand was: het was koud. Ik had de centrale verwarming op 18 graden gezet toen ik wegging, maar het voelde aan als hooguit 15 graden. Op het schermpje van de thermostaat zag ik een foutcode. Ik vroeg me af waarom een dom apparaat als een cv-ketel exact kan aangeven wat hem mankeert, maar een mens niet. Waarom hebben wij geen schermpje op onze buik met een foutcode als we ziek zijn? 3F: Verkoudheid. 25G: Levercirrose. 87Q: Aanstellerij.

In de hal liet ik de vlizotrap zakken en begon als een 21e-eeuwse Sir Edmund Hillary aan de barre tocht naar zolder. Daar aangekomen liep ik direct naar de cv-ketel, haalde de handleiding uit het plastic mapje en deed wat elke doorgewinterde IT'er doet bij technische problemen: ik legde de handleiding ongelezen terzijde en zette het apparaat uit en aan. Helaas, de ketel sloeg niet aan. Toch maar even de handleiding lezen, dan. Ondanks de tl-buis boven mijn hoofd lukte het niet - de letters dansten voor mijn ogen op het ritme van de laatste plaat die ik in het café had gehoord, Waar is toch mijn caravan van Herman Berkien.

Na al die grote glazen bier wil ik nou wel naar bed, dacht ik, maar dat kon niet. Tijdens mijn slaap zou de temperatuur in huis weleens tot onder nul kunnen zakken, waardoor ik dood zou vriezen, vlak voor de verschijning van mijn tweede roman ook nog. Goed voor de verkoopcijfers, dat wel, maar de boekpresentatie zou een beetje een dooie boel worden.

Ik pakte mijn telefoon uit mijn broekzak. Op het schermpje zag ik dat het kwart over vier was. Ik scrolde naar het nummer van de verwarmingskoning en drukte op 'bellen'. Natuurlijk neemt er niemand op, dacht ik, het is midden in de nacht in het weekend.

Er werd opgenomen door een vriendelijke dame. Mijn opluchting dat er iemand mijn oproep had beantwoord, sloeg bijna meteen om in bezorgdheid: een vrouw die technisch advies gaat geven, hoe loopt dat af?

Na een gesprekje over het weer (koud) en de prijs van een glas Witte Trappist (3,80 euro) vroeg ze of mijn thermostaat een foutcode weergaf. Ik zei ja, code 47J.
'47J,' zei ze. Het was even stil. 'Dat is, eh...' Ik hoorde het geratel van een toetsenbord. 'Dat is Openbare Dronkenschap.'
Ik keek even op mijn telefoon of ik soms de Geinlijn van Max Tailleur had gebeld. Nee, het was toch echt de verwarmingskoning.
'De oplossing...' ging ze verder. Weer het geratel. 'Een halve liter water drinken en tien uur slapen.'

Verslagen nam ik afscheid en drukte mijn telefoon uit. Ik daalde de vlizotrap af, dronk een halve liter water en kroop onder mijn dekbed. Ineens kon het me niets meer schelen of ik zou doodvriezen.



[ Maar wat is het? ]