De dingen scherp zien

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #11/2021

Een jaar of vier geleden heb ik voor het eerst in mijn leven een leesbril aangeschaft. Bij een echte opticien. Ik kon de lettertjes in de krant niet meer zo goed lezen, vandaar. Vervolgens heb ik dat ding nooit opgezet omdat zo'n leesbril het begin is van de glijbaan naar de dood. Als tijdelijke oplossing draaide ik de staande lamp naast mijn rookstoel naar de krant toe.

Dat ging allemaal wel ok, tot ik vorige week zelfs met behulp van de lamp de krant niet meer kon lezen. Toch maar eens die leesbril opgezet en verdomd, de lettertjes werden letters. 250 euro heb ik voor dit medisch wonderhulpmiddel betaald. (Hij is dan ook van de firma Ralph Lauren - de glijbaan naar de dood kun je maar het beste stijlvol betreden, vind ik.) Behoorlijk veel geld, vooral omdat de opticien mij had verzekerd dat deze leesbril mij niets zou kosten dankzij mijn zorgverzekering bij de firma Zilveren Kruis, die hij tot mijn verbazing gewoon op zijn computer in de zaak kon inzien. 'Hoe is het met de steken in uw lies, meneer Van der Heijden? En die gonorroetest van tien jaar geleden? Hopelijk negatief?'

Eigenlijk was ik bij die opticien verzeild geraakt in zo'n babbeltruc waarover ik weleens lees op de kabelkrant, met de opticien in de rol van gewiekste nepverpleger en mijzelf als naïeve bejaarde die zonder morren aan de deur zijn bloed laat prikken terwijl hij zijn pinpas plus pincode afgeeft. Een halfuur lang praatte de opticien in hoog tempo door over sterktes en monturen, of ik misschien ook een tweede of derde of zelfs een vrde gratis leesbril wilde, of een bril voor een oom of tante, wacht, ik controleer even hoe het met hun verzekering staat, goh, die gonorroe zit wel in de familie, h? Aan het eind van zijn verkooppraatje pinde ik geheel in middenstands-trance 250 euro. In mijn optiek is dat niet gratis, maar misschien zie ik de dingen niet meer zo scherp.

Heb ik de dingen eigenlijk ooit wl scherp gezien? Al op mijn elfde kreeg ik een bril aangemeten bij een opticien aan de Arnhemseweg in Amersfoort, of andersom, dat weet ik niet meer. Dit was in een tijd dat het niet hip was om een bril te dragen, integendeel zelfs. Anno nu schaffen millennials met een perfect gezichtsvermogen een bril aan met glazen zonder sterkte, alleen maar omdat een bril hip is. Beter schaffen ze een bril aan met lampjes, want hun vooruitzichten zijn nogal donker.

Waaar was ik? O ja, op mijn vijftiende stapte ik over op contactlenzen. Eindelijk kreeg mijn bestaan wat gevaar geïnjecteerd, want ik ontving er twee soorten lenzenvloeistof bij, Oxysept 1 en Oxysept 2, en als je je contactlens per ongeluk rechtstreeks uit zijn Oxysept 1-badje inzette, was het alsof er pepperspray in je oog werd gespoten. Zo voelt het dus om te leven, dacht ik.

Terug naar vorige week. Nadat ik de krant had gelezen, zette ik mijn leesbril af en mijn computer aan om wat mailtjes weg te werken. Verrassing: ik kon de letters op mijn beeldscherm niet meer lezen. Blijkbaar hadden mijn oogspieren zich aangepast aan standje leesbril. Ik vreesde een onomkeerbaar proces van verval in gang te hebben gezet en moest even een uurtje of vijf op de bank liggen om dit te verwerken. Toen herpakte ik mijzelf en zette mijn leesbril op om de post door te nemen die op het tafeltje naast de bank lag. Er zat een brief van de opticien tussen, bestemd voor de heer Van der Heijden, of ik wel eens had gedacht aan een beeldschermbril.

<< Vorige column | Volgende column >>



[ Maar wat is het? ]