Stof zuigt gij

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #09/2021

Stofzuigen met één arm is best te doen. Hoe weet ik dat? Omdat ik mij met mijn stomme kop toch maar heb laten vaccineren tegen corona en nu al drie weken met een linkerarm vol reumatische klachten rondloop. Andere bijwerkingen: ik slaap nog maar vier uur per nacht in plaats van de gebruikelijke tien en een aantal keer per dag wil ik mezelf verhangen. Ik heb weer eens te veel op glimmende folders vertrouwd.

Beter vertrouw ik op mijn stofzuiger dan op de overheid, dacht ik toen ik het apparaat gisteravond uit de meterkast tilde. Het is een mooie, glimmend-rode stofzuiger van de firma Samsung die ik in de jaren nul van mijn zusje heb gekregen toen ze ging samenwonen met een boy met een betere stofzuiger. Voor zover er een betere stofzuiger bestaat, want als je deze Samsung ziet, krijg je meteen zin om zingend aan de schoonmaak te gaan met een stofdoekje om je haar geknoopt als een huisvrouw uit de fifties. Er is toch niemand die je vals gezang hoort, de stofzuiger is zo oud dat hij ongeveer 105 dB aan geluid produceert, vergelijkbaar met (even opzoeken op internet...), ah, vergelijkbaar met een oude stofzuiger.

Ja, mijn stofzuiger, daarop kan ik vertrouwen, concludeerde ik terwijl ik begon met de hal. Ik zoog per ongeluk een muntje van 10 eurocent op en moest denken aan mijn spaargeld - nog iets waarop ik kan vertrouwen, althans, volgens de glimmende folder die ik laatst had gekregen van de Rabobank. Als ik nog even flink doorspaarde, zou ik zelfs rente gaan betálen in plaats van ontvangen, had ik gelezen. Daar kon ik me niet boos over maken, integendeel, ik zag het als een statussymbool, zoals een gerestaureerde Cadillac in het dagelijks gebruik nu eenmaal ook meer kost dan een nieuwe Fiat Punto. Ik wist alleen niet zo goed wat ik ermee aan moest, al dat geld. Een nieuwe linkerarm kon ik er niet van kopen, en ik kon het ook niet meenemen op de veerboot over de Styx.

Ineens rook ik een scherpe, giftige rooklucht. Ik keek achterom: de rook kwam uit mijn stofzuiger. Hij loeide een seconde of twee extra hard en viel toen stil. Hoestend trok ik de stekker eruit, opende de balkondeur, tilde het apparaat op en gooide het op het balkon. Omdat ik in mijn jeugd veel naar The A-Team heb gekeken, verwachtte ik elk moment een explosie. Pas toen die vijf minuten was uitgebleven, durfde ik bij de stofzuiger te gaan staan. RIP, dacht ik, en bedroefd rekende ik uit hoe vaak de stofzuiger had gestofzuigd. Ik had hem nu zeventien jaar, dat waren zeventien stofzuigbeurten. Mijn zusje had hem daarvoor al zes jaar gebruikt, dat waren 6 x 365 = 2.190 stofzuigbeurten (mijn zusje en ik hebben diametraal verschillende opvattingen over schoonmaken). In totaal 2.207 stofzuigbeurten - het ding had hard gewerkt in zijn leven, zelfs harder dan ik.

Ik ging naar de keuken, schonk een glas whisky in, liep terug naar het balkon en nam een slok. Daarna kantelde ik mijn glas en goot wat van de drank over de nog narokende stofzuiger heen. 'Pour out a little liquor for your homies, nigga,' mompelde ik ritmisch tegen mezelf, en dacht aan al mijn andere huishoudelijke apparaten die de laatste jaren de geest hadden gegeven: koelkast, oven, sapcentrifuge... De stofzuiger siste een beetje. Ik keek naar het stoomwolkje en daarna weer voor me uit. In de verte zag ik het enorme, verrekijkervormige gebouw van de Rabobank, waar mijn spaargeld zorgvuldig werd bewaard in een geldkistje met mijn naam erop tot ik het zou komen halen.



[ Maar wat is het? ]