Rammen op het telraam

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #06/2018

Vanwege fysieke klachten aan mijn lichaam zat ik in de wachtkamer van de dokter, niet te verwarren met de wachtkamer van de dood.

Waarschijnlijk had de huisartsenpraktijk eerder deze week met een kortingsactie geadverteerd in het buurtkrantje, want in de wachtkamer was het nog drukker dan bij de kraam op de Huishoudbeurs met gratis glaasjes Bailey's. Aan mijn linkerkant zat een man uit naar schatting 1938 een Elsevier uit naar schatting 1983 te lezen - zijn rug was zo krom dat zijn neus bijna op het papier rustte. Ik las een stukje met hem mee. Het kabinet-Lubbers wilde fors bezuinigen op de collectieve lasten en ambtenaren werd gevraagd 3,5 procent van hun inkomen in te leveren. Als dat maar goed gaat, dacht ik.

Rechts naast mij zat een moeder. Haar drie kinderen - twee meisjes en een jongen - kropen voor mijn voeten rond op de grond. Het jongetje likte af en toe het vloerzeil of mijn schoen af, waarna de moeder schreeuwde: 'NIET DOEN JORN DAT IS VIES!'

De kinderen gingen alle drie met hetzelfde vierzijdige speeltoestel spelen. De twee meisjes wierpen zich op de kant met een telraam en ramden op de gekleurde bolletjes zodat die van links naar rechts en weer terug vlogen. Het jongetje was bezig met een soort knikkerbaan - elke knikker gooide hij zo hard als hij kon door het toestel heen, waarna hij er nog harder bij krijste, waarna zijn moeder riep: 'JE MOET RUSTIG SPELEN JORN RUSTIG!'

Tussen het vermanen van haar kinderen door bekeek de moeder op haar telefoon een nieuwsbericht bij Nu.nl/Achterklap. Ik las een stukje met haar mee. Er was een royale koninklijke baby geboren in Engeland, een jongetje, het derde kind van Kate en William, wie dat dan ook maar mochten zijn. Nog meer kinderen op de wereld, dacht ik, als dat maar goed gaat.

Nu begonnen ook de meisjes te gillen bij hun telraamspel. Als reactie ging het jongetje nog harder blèren. De moeder riep: 'JORN WAT HAD IK NU GEZEGD?! RUSTIG SPELEN! PAK MAAR EEN LEESBOEKJE!' Het jongetje liep naar een stapel leesboekjes aan de andere kant van de wachtkamer alsof hij een terdoodveroordeelde was op weg naar de elektrische wachtkamerstoel. Die zien we hier over twintig jaar terug met klachten aan zijn Geheime Deel, dacht ik, omdat hij zich in zijn jeugd onbewust onderdrukt heeft gevoeld in zijn mannelijkheid. Lichaam en geest, ze hebben van alles met elkaar te maken, mijmerde ik verder, wat is de schepping toch mooi, je zou er bijna religieus van worden, zou er hier eigenlijk een kerk in de wijk zitten, ik moet dat buurtkrantje toch eens wat beter lezen.

Het jongetje kwam terug met een leesboekje. De moeder ging een verhaaltje voorlezen aan het jongetje - de twee meisjes kwamen er ook bij zitten. Eindelijk rust, dacht ik. Maar nee: de moeder meende dat ze de grote Gerda Havertong zelf was en gaf elk sprekend dier uit het verhaal een eigen stemmetje mee - de kraai klonk als de cirkelzaag van mijn overactieve overbuurman.

Er kwamen nog twee jongetjes de wachtkamer binnen. Het ene rende meteen naar het speeltoestel, waarna het jongetje van het leesboekje ook naar het toestel rende en het nieuwe jongetje boven op zijn kop sloeg. Net toen het nieuwe jongetje begon te huilen, stapte de dokter de wachtkamer binnen en noemde mijn naam. Eindelijk rust, dacht ik weer. Zo snel mogelijk liep ik achter hem aan de behandelkamer in en nog voordat hij zijn inleidende vraag 'Wat kan ik voor u doen?' kon afmaken, had ik hem al gemeld al dat ik me graag onmiddellijk wilde laten steriliseren.



[ Maar wat is het? ]