Mijn nieuwe vrienden zijn de beste

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #10/2019

Het was een warme vrijdagavond en ik zat in mijn eentje aan de bar van mijn stamcafé. In de spiegel achter de bar zag ik dat er een vriendengroep achter mij zat. Niet zomaar een vriendengroep, nee, het was de perfecte vriendengroep.

De perfecte vriendengroep, je komt hem in je leven net zo weinig tegen als een klavertje vier, een albinotijger of een gelukte risotto. Het waren vier mannen en vier vrouwen, allemaal achter in de twintig, hun lichamen nog niet ten prooi aan ziekte, verval en dood. Ze zagen eruit alsof ze drie keer per week in de gym zaten, geen koolhydraten aten, elke dag dagcrème opsmeerden en elke nacht nachtcrème. Waarschijnlijk werkten ze allemaal bij hetzelfde modellenbureau, want niet alleen hun lichamen, maar ook hun gezichten waren bovenmatig knap. En ze waren woke, want er zaten twee people of color bij, in verschillende tinten. Het was een levende Benetton-reclame, maar dan zonder stervende aidspatiënt in hun midden.

Nadat ik ze tien minuten had geobserveerd, vermoedde ik dat deze perfecte vriendengroep maar één doel in hun leven had: de perfecte vriendengroep zijn. Daar leefden ze 24/7 voor, zelfs als ze een uurtje alleen thuis waren. Niemand viel buiten de boot, ze lachten en praatten continu met elkaar. Af en toe, als op een voor mij onhoorbaar commando, wisselden ze tegelijk van positie en praatte en lachte iedereen ineens met iemand anders, zonder dat er ook maar één stilte of een glas bier viel - een choreografie van spitzenqualität waar het Bolsjojballet nog een pintje aan kon zuigen.

Nadat ik ze een uur had geobserveerd, was mijn bewondering toegenomen tot een niveau dat grensde aan fascisme. Ik had nog maar één doel in mijn leven: bij deze perfecte vriendengroep horen. Hoe kon ik dat voor elkaar krijgen? Ze zouden niet zomaar iedereen toelaten, je moest wel wat te bieden hebben: looks, grappen en een vaste betrekking bij een modellenbureau. Ik moest denken aan een stokoude mop: Johan Cruijff rijdt in zijn auto naar De Kuip om met Ajax tegen Feyenoord te spelen, maar hij verdwaalt in een buitenwijk van Rotterdam. Hij stopt, draait zijn autoraampje naar beneden en zegt tegen een jongetje op de stoep: 'Hé, weet jij misschien hoe ik bij Feyenoord kom?' Waarop het jongetje antwoordt: 'Trainen, Johan, veel trainen.'

Veel trainen, dat zou ik ook gaan doen. Acht keer per week naar de gym. Mijn oude pocket 500 moppen voor de jeugd van zolder halen en uit mijn hoofd leren, zodat ik altijd een grap paraat had. Solliciteren bij een modellenbureau - ik was dan misschien geen klassieke schoonheid, maar er moet af en toe toch ook een campagne worden geschoten voor Microsoft. Als ik dit allemaal had gedaan, zou ik de volgende keer dat de perfecte vriendengroep hier zat, naast ze gaan staan en een gesprek beginnen. Wat een leuke boy, zouden ze denken, met zijn vijfhonderd moppen en zijn looks, hij is dan misschien wat ouder dan wij en heeft een raar baardje, maar dat zou onze perfecte vriendengroep een imperfect randje geven waardoor we nog perfecter worden. En hoera, ik was binnen.

Ja, zo zou het gaan. Terwijl ik naar mezelf in de spiegel keek, zette ik een glimlach op en schoof heen en weer op mijn barkruk. Ik boog mijn nek in een bijna onmogelijke hoek tot mijn hoofd perfect in de perfecte vriendengroep zat. Zo bleef ik zitten - het fotolijstje en het klikgeluid dacht ik er zelf bij. Alleen mijn glimlach kwam nogal krampachtig over, maar dat zouden mijn nieuwe vrienden me wel vergeven. We waren toch niet voor niets vrienden?



[ Maar wat is het? ]