Een wasbak vol met kots

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #11/2018

Drie keer per week ga ik alle boekwinkels in de stad af om te kijken of mijn tweede roman Paradijs bij het dashboardlicht op de bestsellertafel ligt. Helaas, de bestsellertafel wordt voornamelijk bevolkt door zelfhulpboeken. Voor vrouwen. Ik heb het idee dat de gemiddelde vrouw meer zelfhulpboeken heeft dan schoenen.

Toen laatst het internet bij mijn vriendin stuk was en ik al 47 minuten in de wacht hing bij de firma XS4ALL en het zelfs mij als eightiesliefhebber een beetje teveel werd met alle Phil Collins, George Michael en Whitney Houston in mijn oor, begon ik wat van die zelfhulpboeken bij elkaar te zoeken. Er slingeren er altijd genoeg rond in haar huis, op allerlei plekken en over allerlei onderwerpen - eentje gaat er zelfs over opruimen. Ik nam een stuk of zeven achterflapteksten door, koos drie boeken uit en las van alle drie het begin om te kijken welke mij het meest zou aanspreken.

Het eerste boek was van een vrouw. In hoofdstuk 1 schreef ze dat ze freelancejournaliste was, een leuk souterrain huurde in Londen, bijna elke avond uitging en dan dronken in bed plofte met een onenightstand. Haar vloer lag vol met vieze onderbroeken en de wasbak zat vol met kots, maar toch haalde ze altijd haar deadlines.

Ook het tweede boek was geschreven door een vrouw, ook al uit Londen. Ze werkte bij een reclamebureau, verdiende veel geld en ging vaak stappen met haar collega's, las ik. Het derde boek was meer van hetzelfde, al woonde de vrouwelijke hoofdpersoon nu in Amsterdam en werkte ze in een café. Het was een gezellig café waar behalve de gasten ook het personeel 'het glas niet schuwde', zoals collega-auteur Remco Campert dat noemt. Ze gebruikte cocaïne, haalde nachtenlang door, had hete seks met mannen en vrouwen dat het een aard had en begon de dag graag op het terras met een wit wijntje om het randje er een beetje af te halen.

Na de beschrijving van deze drie levens was ik danig in de war. Zat ik de boeken soms achterstevoren te lezen? Zelfhulpboeken moeten toch beginnen met Het Grote Probleem? Hier was helemaal niets aan de hand, sterker nog: alles wat ik las, klonk als het paradijs, niet bij het dashboardlicht, maar in het volle leven. Toch misten deze vrouwen iets (van alles) en gingen ze op een zoektocht van honderden pagina's en tientallen huilbuien lang. Ik bladerde drie keer door naar het einde. Hoe zou dit drie keer aflopen? Nou, [SPOILER ALERT] drie keer behoorlijk saai. De hoofdpersonen drinken alleen nog groene zelfhulpthee, wonen samen met een pakman in een buitenwijk, hebben een koppel kinderen en bakken de hele dag taarten - als ze in een dolle bui zijn ook weleens een hartige.

Inmiddels (ik hing nog steeds aan de lijn met XS4ALL) begreep ik waarom mannen geen zelfhulpboeken lezen. Ten eerste omdat mannen veel te koppig zijn om hulp te accepteren, laat staan te vragen. Ten tweede omdat de zelfhulpboeken die nu op de markt zijn verkeerd om zijn geschreven. Een zelfhulpboek voor een man moet beginnen met een mannelijke hoofdpersoon die getrouwd is, drie kinderen heeft en in een buitenwijk van Alphen aan den Rijn woont, van waaruit hij dagelijks op een e-bike naar zijn werk als baliemedewerker bij de gemeente (afdeling paspoortuitgifte) rijdt. Aan het eind van het zelfhulpboek is hij freelance journalist in Londen, woont in een souterrain met vieze onderbroeken en een wasbak vol met kots en heeft elke nacht twee dronken onenightstands. Een onverbiddelijke bestseller, dacht ik, waarna ik mijn telefoon uit drukte en zelf maar weer met het XS4ALL-modem ging klooien.



[ Maar wat is het? ]