De woning welke ligt aan een gewilde straat

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #10/2021

Omdat mijn vriendin nieuwe benedenburen heeft gekregen die twaalf uur per dag op de stoep onder het raam van haar huurwoning zitten, besloot ze op zoek te gaan naar een koopwoning. Voor de gezelligheid ga ik af en toe mee op huisbezichtiging. Of gezelligheid, het is meer zelfkastijding - we zijn erachter gekomen dat het niet de beste periode in de geschiedenis van de mensheid is om een huis te kopen.

Mensen denken vaak dat ik weinig hoef te doen voor mijn centen. Die mensen verwarren freelance schrijvers met makelaars. Makelaars hoeven namelijk weinig te doen voor hun centen. Ja, vroeger, in de grauwe jaren tachtig, toen huizen drie jaar of langer te koop stonden en wanhopige makelaars gratis Aristona-kleurentelevisies, Toyota Corolla's of het gebruik van hun lichaam (met extra veel jarentachtigschaamhaar) in de mix gooiden om de woning te verkopen.

Tegenwoordig moeten niet de makelaars, maar de kopers het gebruik van hun lichaam in de mix gooien om de woning te bemachtigen. De eerste wet van het huizenkopen anno 2021: Er is altijd iemand met meer geld dan jij. Bied je 350K op een woning van 320K, dan biedt er altijd iemand 400K. Jeuj! denkt diegene, laat de verhuiswagen maar voorrijden! Helaas, ook voor hem gaat De eerste wet van het huizenkopen anno 2021 op: er biedt altijd iemand 500K. Jeuj! denkt diegene, maar helaas. Enzovoort, tot in het oneindige, want hypotheekgeld is toch virtueel.

Het was trouwens een leuke woning, die van 320K. Dat wist de makelaar zelf ook, getuige de in onnavolgbaar makelaarsproza opgestelde verkooptekst: De woning welke ligt aan een gewilde straat bezit grote raampartijen. Daar liepen we dan, in die woning van naar schatting 45 tot 46 vierkante meter. Door de grote raampartijen zag ik hoe de vorige kijkers bij hun auto stonden te overleggen terwijl de volgende al stonden te trappelen op de stoep. Je hoefde geen makelaarskunde te hebben gestudeerd om te zien dat het allemaal rijke tata's waren.

Zelf heb ik ook wel wat geld, maar dat zie je niet aan mij. De makelaar bekeek mij tijdens het voorstelrondje dan ook met nauwelijks verholen minachting, de rest van de bezichtiging keek hij door me heen alsof ik enkelglas was. Oké, ik had die week mijn haar nog niet gekamd, er zat wat Philadelphia zuivelspread in mijn baard en mijn kleding voldeed niet aan de laatste mode- of isolatie-eisen, maar hé, ik had toch net zo goed een 'excentrieke miljonair' kunnen zijn? Op zoek naar een pied-à-terre voor rendez-voustjes met zijn maîtresse met wie hij een amour fou beleeft?

Na afloop van de vijfde bezichtiging in zes dagen tijd vertrok ik rechtstreeks van het 'interessante beleggingsobject' (vraagprijs: 299K) naar de bar van mijn stamcafé. Vijf Witte Trappist later werd ik bevangen door een proletarische koortsdroom. 'Eens!' riep ik tegen een oude man links naast mij die de sudoku uit de Volkskrant zat te maken, 'eens zal de situatie omdraaien!'

De man vulde nog een cijfertje in terwijl mijn gedachten richting een nieuwe heilstaat snelden: door een herwaardering van kranten en tijdschriften ontstaat er een tekort aan Vrije Jongens in de schrijverij, het tarief per woord vertienvoudigt en tegelijkertijd kost een huis nog maar 60 duizend euro en staat zes jaar of langer te koop. En dan kijken wij, steenrijke Vrije Jongens in de schrijverij, met nauwelijks verholen minachting naar de makelaar op straat of voor de Albert Heijn die ons smeekt een paar taalkundig correcte verkoopteksten voor hem te schrijven. Een korst oud brood kan hij krijgen, eventueel besmeerd met Philadelphia zuivelspread, welke heerlijk zal smaken.

<< Vorige column | Volgende column >>



[ Maar wat is het? ]