|
De Digitale Stad De Digitale Stad heeft sinds de start in 1994 drie levens gehad: van proefproject via een verzameling virtuele gemeenschappen tot internetprovider. Het freenet was voor menigeen de eerste kennismaking met homepages (bij DDS: 'huizen') en e-mail. door Robert van Eijden In den beginne (1993) was er niets. Buiten universiteitsmedewerkers hadden slechts 300 particulieren in Nederland toegang tot internet. Een groep Amsterdamse internetenthousiastelingen rondom cultureel centrum De Balie en hackerstijdschrift Hack-Tic vond dat veel te weinig. Als internet laagdrempelig werd aangeboden, zouden burgers massaal van dit nieuwe medium gebruikmaken, dachten ze. Daarom begonnen ze in 1994 een freenet: een inbelvoorziening waar iedereen met een modem toegang kon krijgen tot internet - zonder abonnementskosten.Het freenet kreeg de naam De Digitale Stad (DDS). Ten eerste omdat de navigatie de metafoor van een stad hanteerde (je e-mail haalde je op bij menukeuze 'postkantoor', chatten deed je in 'het digitale café' en informatie over seks kon je vinden in 'de donkere steeg'). De tweede reden was dat DDS begon als Amsterdams project. Het was de bedoeling dat er op DDS gediscussieerd zou worden over de komende gemeenteraadsverkiezingen in de stad. Deze mogelijkheid sloot aan bij de andere hoofddoelstelling van DDS: de kloof tussen burger en bestuur verkleinen. Met behulp van een eenmalige subsidie ging het tijdelijke (tien weken) proefproject van start. Het werd een instant succes: vanuit heel Nederland werd massaal naar het DDS-nummer gebeld en in Amsterdam was geen modem meer te koop. Vanwege de grote belangstelling werd DDS na de gemeenteraadsverkiezingen voortgezet. Het proefproject werd een stichting die gratis internettoegang, e-mail en ruimte voor homepages aanbood. Tegen betaling verleende DDS consultancydiensten en bouwde het websites voor bedrijven. Zelfmoord Net als in een echte stad ontstond er geregeld gedoe in De Digitale Stad. Zo waren sommige homepages bij DDS omstreden omdat ze informatie boden over zelfmoord of kritiek publiceerden op de Scientology-kerk. Als gevolg daarvan haalde DDS geregeld de pers in discussies over vrijheid van meningsuiting op internet. DDS had ook een 'stadsblad': De Digitale Stedeling, gevuld door 'bewoners' en een redactie. Om bij het thema van deze Bright te blijven: je zou kunnen zeggen dat DDS Nederland heeft leren internetten. Rond 1998 evolueerde internet van speeltuin voor digerati naar massamedium. Bij tankstations en boekhandels lagen gratis installatie-cd's van gratis-internetproviders en zelfs tante Ria uit de Plataanstraat had ineens een gratis homepage - uiteraard met veel bewegende gratis plaatjes van mannetjes met drilboren. Deze concurrenten van DDS verdienden geld door kickback: ze ontvingen een bedrag per telefoontik. DDS koos ervoor deze weg niet te bewandelen - achteraf gezien geen verstandige beslissing, schreef medeoprichter en huidig DDS-directeur Joost Flint in 2004 in een beschouwing over tien jaar DDS. Toen halverwege 2000 de internetzeepbel op de beurs uiteenspatte en een grote investering in DDS niet doorging, betekende dat het einde van de 'oude', arbeidsintensieve Digitale Stad. Het gebruikersgedeelte, de redactie en de virtuele gemeenschappen werden ontmanteld, de afdeling systeembeheer verkocht. Anno 2010 is DDS een middelgrote internetprovider - de derde incarnatie van een organisatie die in zestien jaar net zoveel is veranderd als het internet zelf. Ik wil nog meer flashbacks! |