Guldenbiljetten

De vuurtoren, de zonnebloem, de snip... De Nederlandse guldenbiljetten, in 2002 vervangen door eurobiljetten, waren even fraai als herkenbaar. Ontwerper Oxenaar combineerde veiligheidseisen met Hollandse iconen en hier en daar een easter egg.

door Robert van Eijden

'Ik kom nog regelmatig in Nederland en elke keer erger ik me aan die vreselijke eurobiljetten. Het is een schande. Er zijn zoveel voortreffelijke designers die dat beter hadden gekund.' Ontwerper Robert 'Ootje' Oxenaar (1929) was in 2008 in een interview met dagblad Trouw vernietigend over de opvolgers van de guldenbiljetten. Oxenaar, tegenwoordig woonachtig in de Verenigde Staten, heeft recht van spreken, want tussen 1965 en 1986 was hij ontwerper van alle bankbiljetten van De Nederlandsche Bank (DNB).

Met een bank als opdrachtgever had hij vanzelfsprekend te maken met strikte veiligheids- en productie-eisen, maar toch wist Oxenaar zijn stempel op de biljetten te drukken: frisse, felle kleuren, veel ruimte op een kleine ruimte en een zakelijke typografie. Zijn werk begon met de 'erflaters'-serie, biljetten met portretten van BN-ers uit de Gouden Eeuw: Van den Vondel, Hals, Sweelinck, De Ruyter en Spinoza. Oxenaar liet zich inspireren door Monopolygeld, want bankbiljetten uit de echte wereld vond hij onduidelijk en wazig van kleur.

Toen er eind jaren zeventig een nieuw honderdje moest komen, deed Oxenaar iets gedurfds: hij stapte af van afbeeldingen van mensen en maakte een ontwerp op basis van de watersnip, een bedreigde vogelsoort. De 'snip' viel zowel bij het grote publiek als bij kersverse DNB-directeur Duisenberg in de smaak. Vanwege dit succes kreeg Oxenaar de vrije hand en mede daardoor maakte hij in de jaren tachtig (samen met ontwerper Hans Kruit) twee meesterwerken: de gele 'zonnebloem' (50 gulden) en de violette 'vuurtoren' (250 gulden). Allebei bankbiljetten die je liever wilde inlijsten dan uitgeven.

Middelvinger
Oxenaar verstopte graag easter eggs in zijn designs. Zo zit in het duizendje zijn middelvingerafdruk verwerkt in Spinoza's weelderige haar. Op de vuurtoren zette hij de namen van zijn vriendin, een andere vriendin en zijn kleindochter. Op zijn eerste vijfguldenbiljet (uit 1966) had Oxenaar al zijn eigen naam in een afbeelding van een tempel verstopt. En de zonnebloem maakte zelfs geluid: als je met je nagel over de ribbeltjes aan de achterkant kraste, klonk het zoemen van een bij. Volgens Oxenaar dan.

In de jaren negentig kwamen er nieuwe biljetten van een nieuwe ontwerper: Jaap Drupsteen. Ook met vogels (in het watermerk), maar ietwat zielloos en meer abstract. In 2002 gingen we over op de eurobiljetten met hun ongeïnspireerde compromisdesign in de nietszeggende kleuren waar Oxenaar zo'n hekel aan heeft. De vuurtoren en zonnebloem verdwenen daarmee voor altijd uit onze portemonnee. Wil je ze nog eens in het echt zien, dan kun je naar het Geldmuseum in Utrecht. Uit dat museum komen ook de slotwoorden van deze flashback, bij monde van dichter Ingmar Heytze die over de biljetten van Oxenaar in 2009 het gedicht 'Waarde, papieren' schreef. De laatste twee regels luiden:

Als het geen rol meer speelt zie je pas goed:
niemand had mooier geld dan wij.


Ik wil nog meer flashbacks!