|
Realplayer Ver voor de tijd van iTunes en Spotify was er de RealPlayer, het eerste programma waarmee je fatsoenlijk streaming audio kon luisteren - zelfs met een 28k8-modem. Helaas ging de RealPlayer ten onder aan zijn eigen opgeblazenheid. door Robert van Eijden Om te kunnen begrijpen wat voor revolutie de RealPlayer was bij zijn verschijning in 1995, beginnen we deze flashback met een recensie uit die tijd van een Belgische website over de RealPlayer: 'De tweede, en misschien belangrijkste vernieuwing, is dat u niet langer werkloos moet toezien terwijl een audiobestand wordt geladen: u kunt het onmiddellijk beluisteren. Met andere woorden, nog vooraleer u het hele bestand hebt binnengehaald, kunt u er al naar beginnen luisteren.'Onmiddellijk beluisteren! Als dat allemaal mogelijk is, dan gaat dat internet nog groot worden, verzuchtte menigeen gelukzalig. Dat je de audio meteen kon beluisteren, was mogelijk omdat de RealPlayer nieuwe, slimme compressietechnieken gebruikte, waarmee audiobestanden over zelfs de traagste verbinding zonder haperen konden worden gestreamd. Ook handig: de RealPlayer installeerde zichzelf meteen in Netscape, de toonaangevende (en eigenlijk ook enige) browser van die tijd, zodat iedere nitwit ermee kon werken. Toen in 1996 half internet de gratis RealPlayer gebruikte, kwam Progressive Networks, het bedrijf achter RealPlayer, met een betaalde versie. Deze 'RealPlayer Plus' bood meer mogelijkheden en kostte 30 dollar. De gratis versie was ook nog steeds te downloaden, maar je moest wel een middag vrij nemen om de downloadlink te vinden. En als je dan eindelijk die gratis versie had geïnstalleerd, vroeg deze je keer op keer of je niet eens zou overschakelen op de betaalde versie. Een actie waarmee Progressive Networks zich in die eerste 'vrijheid-blijheid'-jaren van het internet niet populairder maakte. Toch ging het nog steeds bergopwaarts met de Real-familie, zeker toen in 1997 RealVideo werd geïntroduceerd. Rond 2000 was het Real-protocol alomtegenwoordig op internet. Maar toen liep het fout. De nieuwe generatie RealPlayers (G2 en later RealOne) was een typisch geval van bloatware - software die zo volgepakt zit met overbodige features en reclame dat niemand meer weet waar het programma eigenlijk voor bedoeld is, laat staan dat het naar behoren functioneert. De nieuwe RealPlayers konden alles een beetje (playlists maken, cd's branden, geluid opnemen, audioformaten converteren en natuurlijk streamen), maar niets echt goed. Daar kwam nog bij dat de players aan de haal gingen met zo ongeveer elk bestandsformaat op je computer dat maar met audio en/of video te maken had. Een ander nadeel van Real dat steeds zwaarder begon te wegen, was de hoge prijs van Real-serversoftware voor contentaanbieders. In het nieuwe millennium werd Real links en rechts ingehaald door Windows Media Player, iTunes, Flash (YouTube) en Silverlight. De laatste versie van RealPlayer heeft minder toeters en bellen dan zijn voorgangers, maar die verbetering is te laat: veel grote contentaanbieders (zoals Uitzendinggemist.nl en de BBC) zijn inmiddels gestopt met het aanbieden van Real-streams. Moederbedrijf RealNetworks (de naam Progressive Networks verdween in 1997) heeft echter een nieuwe markt aangeboord: tegenwoordig komt een derde van de inkomsten uit online games. Nu snappen we eindelijk waarom sommige RealPlayers verdacht veel op een flipperkast leken... Ik wil nog meer flashbacks! |