|
SETI@Home Met de vernuftige screensaver SETI@Home kan iedere internetter meedoen aan de zoektocht naar buitenaards leven. Al tien jaar analyseren zo honderdduizenden deelnemers data van een radiotelescoop, in de hoop een alien te vinden. Hallo? Is daar iemand? door Robert van Eijden Hoei, wat zag dat er spannend uit, de eerste keer dat je SETI@Home installeerde, het programma waarmee je data van een grote radiotelescoop in Puerto Rico kan analyseren. Mysterieuze grafieken buitelden over elkaar heen op je scherm om te laten zien dat je computer druk bezig was en op tv zond Veronica weer eens een spannende aflevering van The X-Files uit - laat maar komen, die buitenaardse intelligentie! Toen je na tien minuten echter nog steeds geen alien had gevonden, werd het al wat saaier. Na tien maanden werd je er niet meer warm of koud van. En na tien jaar? Hallo? Is daar iemand?Hoewel SETI@Home (SETI is een afkorting van Search for Extra-Terrestrial Intelligence) sinds de start van het project in 1999 geen enkel signaal heeft gevonden dat duidt op het bestaan van een buitenaardse beschaving, is het idee achter de applicatie nog steeds vernuftig. SETI@Home gebruikt de gecombineerde rekenkracht van talloze gewone pc's, een methode die distributed computing wordt genoemd. Op het hoofdkantoor hakt het programma de enorme hoeveelheid data die de radiotelescoop levert in kleine stukjes en verstuurt die via internet naar alle computers waarvan de gebruikers het SETI@Home-programma hebben geïnstalleerd. Op het moment dat de pc een tijdje niet wordt gebruikt, start de SETI@Home-screensaver op en begint zijn analysewerk. De resultaten worden teruggestuurd naar de SETI-organisatie. Vele handen maken licht werk: alle computers die meedoen aan SETI@Home hebben samen meer power dan de grootste supercomputer van de organisatie zelf. Ansichtkaart Het doel van SETI@Home, een programma van van de Universiteit van Californië in Berkeley, was tweeledig. Ten eerste: vaststellen of distributed computing in de praktijk net zo goed zou werken als in theorie. Ten tweede: radiosignalen van buitenaards leven detecteren. Dat laatste doel is niet bereikt, het eerste wel. Distributed computing bleek in de praktijk zelfs zo goed te werken dat ook andere wetenschappers het zijn gaan gebruiken. Als gevolg daarvan is SETI@Home in 2005 opgegaan in BOINC, een overkoepelend distributed computing-programma. Gebruikers kunnen nu kiezen waar ze aan mee willen werken: het aloude SETI@Home, maar ook onderzoeken op het gebied van wiskunde, geneeskunde en biologie. Ja, distributed computing, dat hebben wij mensen toch maar mooi voor elkaar gebokst. Maar intussen hebben die vermaledijde aliens nog steeds niks van zich laten horen - zelfs geen ansichtkaart hebben ze gestuurd. Zenden ze hun interstellaire radioprogramma's soms uit op frequenties waar wij geen weet van hebben? Na tien jaar vruchteloos zoeken werpt de vraag zich op hoe lang SETI@Home nog door moet gaan. Daar heeft de Amerikaanse senior-astronoom van het SETI-instituut wel een antwoord op: hij verwacht dat het programma tussen 2020 en 2025 een signaal van buitenaards leven zal opvangen. Daar vertrouwen we dan maar op. Hoewel, wat was het credo van The X-Files ook alweer? O ja: Trust no one. Ik wil nog meer flashbacks! |