De val

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #04/2024

Het was niet zo slim om met een tas vol platen, een koffer vol cd's en een kadaver vol Witte Trappist op zaterdagnacht om 3.05 uur op mijn fiets te stappen en in één vloeiende beweging proberen weg te rijden, hoewel ik dit al ruim 130 keer heb gedaan. Waarschijnlijk doordat de balans was verstoord door een vers bereide pita gyros van circa 450 gram die ik in mijn platentas had gedaan, viel ik direct na het opstappen om. De komende weken zit ik thuis, met een breuk in mijn linkerheupkom (met de rechterheupkom is alles oké, dank u).

De eerste nachten na de val sliep ik op de bank in de woonkamer, aangezien mijn bed een matras op een lattenbodem op de grond is. Elke keer wanneer het bedtijd was, deed ik er tien minuten over om mijn linkerbeen op de bank te hijsen, inclusief veel geschreeuw. Inmiddels heb ik van de firma Medipoint een ziekenhuisbed gekregen om in te slapen. Ik kan het hoofdeinde met een knopje elektrisch omhoog en omlaag bewegen en er hangt een beugel boven te bungelen waaraan ik mezelf kan optrekken, helaas alleen fysiek (over deze beugel kom ik straks met een leuk taalweetje).

Verder heb ik een douchestoel om zittend op te douchen, een urinaal (niet te verwarren met een tribunaal) en klusjesman L. heeft een stang aan mijn wc-muur gemonteerd zodat ik waarlijk kan opstaan van de toiletpot. Verdomd handig allemaal, maar niet echt de rock-'n-roll-lifestyle die ik ambieer.

Daarover gesproken: dagelijks eet ik 4x2 paracetamol en 3x1 ibuprofen. Best veel, zeker voor iemand die bijna geen calorieën verbrandt omdat hij de hele dag op de bank ligt of op zijn bureaustoel zit. Tussen deze twee locaties en de keuken, de douche en de wc beweeg ik mij voort op krukken. Mijn vriendin doet zonder morren de mantelzorg: ze kookt de avondmaaltijd, smeert bammetjes, gooit volle vuilniszakken weg, trekt mijn linkersok aan (bij mij) en doet boodschappen. Stiekem is ze best 'in haar nopjes' dat ze eindelijk mijn keuken kan schoonmaken zonder dat ik protesteer - voordat ik naar de plaats delict ben gestrompeld om te schreeuwen dat het hier beschermd natuurgebied van de provincie Utrecht betreft, heeft ze al veertien zeldzame schimmelsoorten verwijderd.

Van de pijnstillers merk ik niet overdreven veel - de Witte Trappist werkte beter, tenminste: in de eerste uren na de val, de volgende ochtend niet meer. Ik heb heimwee naar het sterkere spul dat de ambulancebroeder mij zondagochtend thuis toediende voor hij me naar het ziekenhuis reed voor een röntgenfotosessie. Toen hij de spuit aanlegde, vroeg hij of ik bezwaar had tegen fentanyl.
'Nee hoor,' zei ik, 'wat goed genoeg was voor Prince, is goed genoeg voor mij.' Vrijwel meteen werd er een heerlijk zacht dekentje over mijn binnen- en buitenwereld gelegd, zeg maar gerust Salmari 2.0. Raspberry beret neuriënd werd ik ingeladen om achterstevoren mijn weg te vervolgen.

Het valt niet mee om vermantelzorgd te worden. Als ik in therapie zou zitten, zou mijn knappe, jonge psychologe zeggen dat dit komt omdat ik moeite heb met hulp vragen en/of de controle over een situatie uit handen geven. Voor dit soort psycho-platitudes weiger ik zorgpremie te betalen, daarom zit ik niet in therapie.

O ja, het leuke taalweetje. De beugel boven een ziekenhuisbed heet een papegaai, ik weet ook niet waarom - hij schreeuwt geen 'Lorre!' of 'Koppie krauw!', is niet veelkleurig gevederd en schijt niet op mijn bed. Dat laatste kan ik voorlopig ook prima zelf, hoewel, het is nog niet zo ver, maar wie weet wat de toekomst gaat brengen, want ik denk dat ik toch maar even die pita gyros uit mijn platentas ga halen.

<< Vorige column | Volgende column >>



[ Maar wat is het? ]