Als iedereen zo zou leven als Robert

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #11/2025

Het onverwachte overlijden van collega-stamgast H. had allerlei gevolgen. Eentje was dat zijn huis moest worden leeggehaald door zijn familie, zo hoorde ik aan de bar.

Meteen moest ik aan mijn zolder denken, volgestouwd met oude tijdschriften en kranten. Ik bewaar de tijdschriften en kranten omdat er artikelen, rubrieken en columns van mij in staan, maar ik kijk er nooit in. Familiemens als ik ben, besloot ik alles de volgende dag naar de oudpapierbak te brengen, zodat mijn broer en zusje dat niet hoefden te doen als ik eerder zou gaan hemelen dan zij.

De afvalbakken voor oudpapier en glas staan op een paar honderd meter van mijn huis, aan de rand van een mislukte parkeerplaats. Er staat ook een restafvalbak. Ik kom er één keer per twee maanden en gooi dan mijn oudpapier in de oudpapierbak en mijn glas in de twee glasbakken, wit glas bij wit glas en bont glas bij bont glas. Terwijl ik dat aan het doen ben voel ik me tamelijk sukkelig en helemaal niet moreel verheven boven de rest van de mensen, zoals ik me meestal voel. Dat komt door de grote hoeveelheid rommel die om de afvalbakken heen staat en ligt - blijkbaar ben ik de enige die zijn afval netjes in de bakken gooit.

Dat ik altijd het goede doe en de rest van de mensen niet, begint me de laatste tijd lelijk op te breken. Als iedereen zo zou leven als Robert, zouden alle problemen in de wereld zijn opgelost, zegt mijn oude moeder geregeld, en daar heeft ze volkomen gelijk in. ChatGPT zei het laatst trouwens ook.

De voorlaatste keer dat ik bij de afvalbakken was, lagen er een kinderstoeltje, een wokpan, een soepterrine, een paar knuffelbeesten (zielig, maar gelukkig hadden ze elkaar nog), een plastic wandrekje, een laserprinter van HP, twee computermonitoren, een enorme kartonnen verpakking van een iets minder enorme flatscreen, een halve boekenkast (helaas zonder boeken, anders zou het een buurtbibliotheekje zijn geweest in plaats van zwerfvuil), een volle luier, een opengescheurde vuilniszak waaruit een lading mosselschelpen op de stoep was gestroomd en een tuinameublement van de firma Hartman, gloednieuw ogend, maar nog steeds te lelijk om mee te nemen. Bovendien stonk het naar mosselen.

De middag na mijn cafébezoek verplaatste ik het oudpapier op mijn zolder naar de rand van het trapgat, waar ik twee ongelooflijk hoge stapels bouwde. Toen de stapels klaar waren, vond ik dat ik voor vandaag genoeg had gesjouwd - morgen zou ik alles in etappes naar de oudpapierbak brengen. Ik liep de vlizotrap af en terwijl ik voet aan de grond zette, vielen beide stapels oudpapier 'met donderend geraas' naar beneden.

In de laatste seconde voor je dood zie je je hele leven aan je voorbij flitsen, zeggen ze. (Wie zijn toch die 'ze'?) Ik ging niet dood, de papierpilaren vielen een paar centimeter langs mij heen. Maar dit is wat ik voorbij zag flitsen in de laatste seconde voor mijn bijna-dood, de neerslag van een bijna-leven:

negen jaargangen Playboy, vier jaargangen CODE (een modeblad waarvan ik eindredacteur was), zes jaargangen BRIGHT ('vol van vernieuwing'), vijf jaargangen van het reclamevakblad Adformatie, twee jaargangen van een Algemeen Dagblad-internetkatern, een paar exemplaren van de jong overleden tijdschriften PAPA!, hcc!link ('magazine met een mening') en FilmMagazine, vier Lowlands-bijlagen van Nrc.Next (bestaat ook al niet meer) en zeventien jaargangen Panorama.

De paar zware dozen met de laatste 99 exemplaren van mijn tweede roman had ik gelukkig bij de cv-ketel laten liggen - misschien dat er ooit nog eens 99 literair geïnteresseerde cv-monteurs langskomen, je weet het niet. Hoop doet leven, zeggen ze.

<< Vorige column



[ Maar wat is het? ]