Wat hebben we nou geoefend?Eerder gepubliceerd als column in Playboy #06/2025De afgelopen maanden heeft niemand mij gevraagd of ik WhatsApp wil verruilen voor Signal. Dat komt omdat ik geen smartphone heb, maar ook omdat iedereen weet dat ik niet activistisch ben, eerder het tegenovergestelde. Bij elke activistische actie waaraan ik zou kunnen meedoen vraag ik me af: wat heeft dit voor nut? Deze vraag stel ik mijzelf ook al elke dag over het leven in het algemeen, en het antwoord is hetzelfde. De enige twee keren dat ik tekenen van activisme heb vertoond, waren lang geleden. Zo treinde ik toen ik nog studeerde op een zaterdag van mijn toenmalige woonplaats Groningen naar Den Haag voor een massale demonstratie omtrent de ov-studentenkaart - ik weet niet meer of we vóór of tegen waren, waarschijnlijk vóór, want zonder ov-studentenkaart was ik nooit gratis in Den Haag beland. De enige reden dat ik naar het protest ging, was dat er een optreden van de band Bettie Serveert aan was gekoppeld. Ik kan me niet meer herinneren of ik dat optreden daadwerkelijk heb gezien. Wel weet ik nog dat ik me schaamde toen een cameraploeg van de NOS zijn lenzen op mij richtte. Snel liep ik uit beeld, terwijl ik dacht: de hongerige kindjes in Afrika hebben niet eens de keuze tussen een ov-weekendkaart of een ov-weekkaart. Aan de andere kant: ze hebben ook geen stress over NS-vertragingen. Mijn tweede activistische daad: in 1997 ben ik een tijd gestopt met het kopen van Calvé-pindakaas (met stukjes noot) om te protesteren tegen de benoeming van Mark Rutte tot personeelsmanager bij de firma Unilever. Wat komt hierna, dacht ik, minister-president van Nederland? Het heeft niets geholpen, sterker nog: het heeft averechts gewerkt. Anno 2025 is Rutte zo machtig dat hij met één pennenstreek een clusterbom op mijn krotwoning kan laten gooien. Voor mijn energielabel zal dat weinig uitmaken, voor mijn volksgezondheid des te meer. In datingprogramma's hoor je vaak dat je eerst van jezelf moet houden voordat je van iemand anders kunt houden. Zo moet je ook voor jezelf kunnen opkomen voordat je voor anderen kunt opkomen. Deze gedachte kreeg ik toen ik onlangs in een Indonesische afhaaltent stond te wachten op mijn nasi rames extra speciaal XL. Een vrouw en een man in de boomerleeftijd stonden voor de balie (of Bali, zoals ze in Indonesië zeggen) lang naar de menu's te staren. Logisch, want de menu's daar zijn niet al te logisch opgesteld. Na een seconde of twintig (in afhaaltenttijd is dat een half uur) zei de vrouw tegen de man: 'Ik denk dat ik, eh... die rundvleesmaaltijd ga nemen.' Ze wreef met haar rechterhand een paar keer over de linkermouw van haar windjack. 'Ik had gisteren al kip, en eh...' ging ze verder. 'Of zou dat rundvlees te pittig zijn?' De man zuchtte. Van achter de balie keek een Indonesisch ogende jongeman haar aan met de blik van een soepnazi. De boomervrouw richtte zich tot hem en zei met een stem nog zachter dan goede rendang: 'De maaltijd met rund, graag...' De jongeman achter de balie riep: 'WILT U MAALTIJD MET KIP?' 'Eh...' zei de boomervrouw, 'nou... Ja, doe maar...' De man greep zijn vrouw stevig bij haar rechterarm en beet haar toe: 'Wat hebben we nou geoefend? Je moet duidelijk zeggen wat je wilt!' Had ík maar zo'n man, dacht ik, dan had ik in mijn leven tien keer zoveel bereikt als nu. Ik kreeg mijn bestelling, fietste naar huis, at de hele bak nasi leeg en viel op de bank in een diepe, diepe slaap die niet werd verstoord door een clusterbom. Eigenlijk best oké, die Rutte. << Vorige column | Volgende column >> [ Maar wat is het? ] |