Beterschap!

Eerder gepubliceerd als column in Playboy #11/2023

Het was maandagmiddag half vier, ik lag in bed en voelde me zo klein als een cavia, een muis, een mier, een zandkorrel, een atoom. Wat was er met me aan de hand? O ja, ik was ziek. M'n koortsdromen gingen overal (Amanda Spoel, Maya Eksteen) en mijn snot ook, vooral in de stukken keukenpapier die om mijn matras heen lagen.

In talkshows hoor je geregeld een nuffige mevrouw of meneer vertellen dat iets 'niet meer van deze tijd' is. Daar wil ik een iets aan toevoegen: ziek zijn. Dertig jaar geleden was ziek zijn geen probleem. Hoestend belde je de secretaresse van je kantoorbaan op en zei dat je je 'niet zo lekker' voelde, ze antwoordde met een vrolijk 'Beterschap!' en je kon de rest van de week op de bank blikken kippensoep eten en AVRO Service Salon en De 5 Uur Show kijken. Collega's namen je werk over of het bleef gewoon een week liggen, net als jij. Zo belangrijk was het allemaal niet, net als jij.

Nu de maatschappij honderd keer zo snel en veeleisend is geworden, is ziek zijn een volkomen achterhaald concept. Ik moet dagelijks stukjes typen voor opdrachtgevers die niet geïnteresseerd zijn in mijn agenda, stemming of gezondheid. Ik moet mailtjes beantwoorden van mijn vele fans, ik moet naar mijn stamcafé, de kat van mijn vriendin verzorgen wanneer ze weg is, mijn dode plant water geven, boodschappen doen inclusief een Albert Heijn-tas van 60 eurocent, zaterdagnacht om drie uur een pita gyros eten, enzovoort. Nou, dat ging dus allemaal niet meer, want ik was ziek. Het heelal was tot stilstand gekomen.

Letterlijk, leek het wel, want ik hoorde niets. Wat fijn dat mijn buren allemaal stil zijn, dacht ik, alsof ze weten dat ik ziek ben. Misschien komen ze wel blikken kippensoep brengen! Maar toen ik op woensdagochtend opstond, naar de woonkamer strompelde, Radio 10 aanzette en de stem van Katy Perry veel raarder klonk dan normaal, kwam ik erachter dat ik alleen nog maar middentonen hoorde - niks you're gonna hear me roar. Ziekte-observatie: als je gehoorgangen vol zitten met snot, woon je lekker rustig.

Ik deed de gordijnen open en zag stalen buizen en een groen doek. Dat was waar ook, de dakpannen van mijn portiekflat werden volgende week vervangen, de steigers waren blijkbaar al opgebouwd. Er liep een bouwvakker van rechts naar links voorbij op hooguit vijftig centimeter van mijn raam. Hm, zo konden er 's nachts ook allerlei ongure types naar boven klimmen - ik moest denken aan die diefstal laatst van 25 Hermès-tassen bij Sylvie Meis, daar waren de inbrekers ook via bouwsteigers het huis binnengedrongen. De kop in de showbizzrubriek van het AD zag ik al voor me: Robert van der Heijden ontroostbaar na inbraak: 70 Albert Heijn-tassen buitgemaakt met waarde van 42 euro.

Vier dagen later voelde ik me sterk genoeg om naar het huis van mijn vriendin te fietsen en haar kat eten te geven. In de badkamer ging ik op haar weegschaal staan: 4 kilo afgevallen! Ik was zo blij als een Meis en voelde een lichte trek in een pita gyros opkomen. Jammer, ik had mijn vier kilo willen doneren aan de hongerige kindjes in Afrika, die konden wel wat lichaamsgewicht gebruiken, maar nee, mijn kilo's wilden terug naar mij. Wat zelfzuchtig en wat was het toch oneerlijk verdeeld in de wereld.

Maar er was ook goed nieuws: het was zondagmiddag half vier en ik was weer beter. Wat een zegen voor mijn dode plant, de kat van mijn vriendin, mijn opdrachtgevers, mijn vele fans, de pita gyros-tent, mijn stamcafé, de Albert Heijn, Nederland, Europa, de aarde, de melkweg, het heelal...

<< Vorige column | Volgende column >>



[ Maar wat is het? ]